De Zwarte beertjes pocketreeks

Dick Bruna

Het onstaan van uitgeverij A.W. Bruna

1868 was een niet zo bijster opwindend jaar. Vrijwel iedereen die wat betekend had, toen betekende of zou gaan betekenen slaagde erin een paar jaar eerder of later geboren te worden of te overlijden. Maar... 1868 was wel het jaar waarin Albert Willem Bruna de boek-, papier- en muziekhandel overnam van wijlen F.J. MacDonald in de St. Jansstraat te Haarlem. Haarlem lag toen nog op drie uur gaans van Amsterdam.

Dick Bruna

Het onstaan van de Zwarte beertjes pocketreeks

In de periode na de 2e wereldoorlog verschenen in het A.W. Brunafonds onder de serietitel boek van de maand, titels van serieauteurs als Havank, Leslie Charteris en F.R. Eckmar. Ze waren op houthoudend papier gedrukt en gehuld in een prachtige roodlinnen band. De prijs per deel bedroeg f3,90. Het was deze serie die de aanzet vormde tot het onstaan van de Zwarte beertjes pocketreeks.

'Ik herinner mij nog goed het ogenblik van de "geboorte". Dat was op een maandagmorgen, winter 1954/1955, in het kantoor van Abs Bruna, op de 1e verdieping van het statige huis in de Birgittenstraat in Utrecht, zo herinnerde Jaap Romein, ex Bruna-uitgever/directeur zich. In een gezamelijk overleg tussen Jaap Romein, Abs Bruna en Dick Bruna werd besloten een nieuwe serie op te zetten die in prijs dichter bij de verkoopprijs zou moeten liggen van de toen zeer populaire Salamander en Prisma-pockets, waar toen f1,25 voor betaald moest worden. Abs Bruna was echter van mening dat zijn product veel aantrekkelijker was en dat dat best in geld uitgedrukt mocht worden. f1,50 werd de prijs en geen cent minder.

Jaap Romein beschouwde het bedenken van een goede titel voor de serie als zijn persoonlijke opdracht. Lang speelde hij met de woorden: Bruna/Bruin/Bruintje... Beertjes. Toen Dick Bruna op die gedenkwaardig ochtend één voor één zijn eerste omslagontwerpen neerzette op de lage boekenkast van zijn vader, zag Jaap opeens de oplossing voor zijn probleem: de hoofdkleur, waartegen geel, rood en blauw afstaken, was zwart. Zo drongen de inmiddels beroemde omslagen de serietitel op: Zwarte beertjes.

De omslagen vertoonden vanaf het begin een eigen karakter, het simplisme in voorstelling en kleurstelling, dat voor velen zo typerend is. Zo typerend zelfs, dat er een vereenzelviging met de boeken ontstond die in grote mate het succes van de serie heeft bepaald.

Aanvankelijk werd er binnen de serie gestreefd naar algemeenheid: een vaste oplage, een vaste prijs, duidelijke herkenbaarheid, maar een in redactioneel opzicht zeer brede inbreng, variërend van Peter Cheyney en Leslie Charteris tot Bejamin Constant en Jean-Paul Satre.

Het Zwarte beertje in de groei

Met het verstrijken van de jaren ontstond er toch behoefte aan andere publicatievormen voor titels, die te subtiel waren voor de vaste oplage en ook qua uitvoering wat meer 'eigens' konden gebruiken. Zo ontstonden serie als De grote beren en De witte beertjes. Deze laatste serie vond door zijn snelle, smalle formaat al snel navolging bij andere uitgeverijen.

Een andere ontwikkeling binnen de Zwarte beertjes-serie was de introductie van de fotopocket in de jaren '50. Vrouwen van Parijs was bijvoorbeeld een mondiaal succes en werd nu tot pocketformaar teruggebracht, hetgeen na eindeloos gezwoeg en gereken tot een schitterend resultaat leidde.

Het allereerste Zwarte beertje verscheen in april 1955. Het was De dood van apotheker Dekkinga, een Nederlandse detective van Tjeerd Adema. Het zou geen blijvertje zijn. Wel blijvertjes, sommige tot op de dag van vandaag, zijn onder meer Havank, Ian Fleming, Gérard de Villiers, Georges Simenon, Sjöwall en Wahlöö en Jan Willem van de Wetering, die, met vele andere auteurs, de Zwarte Beertjes tot een pocketreeks van onverwoestbare klasse hebben gemaakt.

Inmiddels zijn er meer dan 70 miljoen exemplaren verkocht. Een absoluut unicum voor een serie in het Nederlandse taalgebied. De Zwarte beertjes staan nu voor 'Crime'. De vaak wereldberoemde auteurs en het kleine, handige pocketformaat hebben in de afgelopen decennia een belangrijke rol gespeeld tijdens de vakantie, op het strand, bij het zwembad, voor de open haard of in bed. Nieuwe eigentijdse auteurs hebben de serie door de jaren heen levendig gehouden: Jackie Lourens, Robin Cook, Lilian Jackson Braun, Dorothy Gilman, Jeffrey Archer, Ira Levin, Ken Follet, V.C. Andrews en vele anderen.

In 2005 bestond de zwarte beertjes serie 50 jaar. Een feit dat groots gevierd werd, met acties voor liefhebbers, een website over de zwarte beertjes en de uitgave van 22 gouden beertjes. Een aantal van deze beertjes waren herdrukken, maar ook een aantal waren nieuwe uitgaves. De gouden beertjes zijn alleen in de "nieuwe" layout uitgegeven (met de beer in het midden op de rug) en zijn te herkennen aan een gouden band waarin het beertje staat. Ook staat binnenin vermeld dat het om een gouden beertje gaat. Een complete lijst is te downloaden onder downloads.

Uitgevers problematiek

De zwarte beertjes begonnen als reeks van de zelfstandige uitgeverij A.W. Bruna. Na een aantal jaar wordt Dick Bruna, samen met Jaap Romijn directeur van Bruna. In 1964 houdt Romijn het voor gezien bij Bruna. Het is geen toeval dat rond die tijd ook een groot aantal spooknummers in de serie ontstaat. Titels die wel zijn aangekondigd, maar nooit zijn verschenen. Een nieuwe directeur geeft een nieuw beleid! In de volgende 15 jaar neemt het aantal voorkanten van Dick Bruna gestaag af, zijn interesse voor de uitgeverij ook?

In 1980 neemt Elsevier A.W. Bruna over. Dit is onder andere te zien aan de ISBN code, die van 229 in 449 verandert. Twee jaar later, in 1982, neemt Dick Bruna voorgoed afscheid van A.W. Bruna. De volgende jaren zijn rommelig. Bruna pockethuis Leeuwarden wordt opgericht en al snel veranderd in Bruna pockethuis Utrecht en daarna in Utrecht/Antwerpen. Het Elsevier concern bestond uit meerdere fondsen, onder andere De boekerij en Loeb. Dat gaf de zwarte beertjes mogelijkheden (de productie ging omhoog tot 90 titels per jaar!), maar ook een hoop ellende. Dit is bijvoorbeeld te zien aan, jawel, het grote aantal spooknummers. Maar ook aan uitgaves met dubieze copyrights zoals de Garfield pockets, de hobby serie en de jeugd serie. Veel eigen baasjes, een hoop chaos en vreemde constructies, dat was de situatie bij Elsevier begin jaren 80. In 1985 werd orde op zaken gesteld.

In de jaren 90 wil Elsevier zich gaan richten op de academische markt en doet de uitgevers-tak in de verkoop. Het wordt gekocht door Meulenhoff, die kort daarna samen met de Perscombinatie (Volkskrant, Trouw, Parool) PCM vormen. Onder PCM worden de beertjes gereduceerd tot een merk. Beertjes zijn spannende boeken, was het idee. Er worden alleen nog maar thrillers, detectives en oorlogsboeken uitgeven. Later komen daar spannende jeugdboeken bij. De diversiteit uit de eerdere jaren is verdwenen. De bedoeling van PCM, een sterk spannend merk, zakt steeds verder weg.

In 2000 is er een reorganisatie binnen PCM. Waarschijnlijk greep de redactie van Bruna dit aan om de beertjes te redden. De beertjes worden gerestyled en er worden weer allerlei titels uitgegeven, ook niet spannende boeken. Echter, dezelfde situatie als in 1980 bij Elsevier, met veel kleine koninkrijkjes en fondsen, treedt ook nu weer op. En ja hoor, het aantal spooknummers en dubbele nummers neemt ook nu weer explosief toe. En ook nu wordt er weer een dubieze nieuwe serie gelanceerd, de nieuwe witte beertjes.

Als ik goed op de hoogte ben, is er nu weer wat gaande bij PCM. De hedge funds, die zieke conglomeraten opkopen en weer opsplitsen langs de oorspronkelijke fusielijnen, zijn ook bij PCM binnengedrongen. Het schijnt dat Bruna weer min of meer zelfstandig gaat worden en dat de beertjes weer een bruna serie worden. Op de zwarte beertjes website is te zien dat het aantal aangekondigde titels voor de komende maanden flink gezakt is. We zullen moeten afwachten wat de gevolgen zijn. Een ding is duidelijk uit het verleden: een verandering van organisatie geeft spooknummers en dubbele nummers. De verzamelaars kunnen hun borst natmaken....